Archive for the ‘Gebruikersvriendelijkheid’ Category
iTob with my iPad ….
Steeds meer gewone mensen schaffen toch maar een iPad aan. Duidelijk goedkopere tablets met Android 3.0 Honeycombe zijn nog schaars, en zonder tablet ben je toch een beetje een sufferd. Dus op naar de BCC. Daar kopen gewone mensen, ik bedoel MS Office-gebruikers en Google-aars, hun iPad.
Waar loopt de niet-Apple-idolaat vervolgens tegenaan?
- Aanmelden bij iTunes is noodzakelijk om de iPad op te starten. ‘Ja, maar ik wil helemaal geen muziek of boeken via Apple kopen.’ Dat doet er niet toe, die iPad doet het gewoon niet zonder link naar iTunes, en verder heb je er weinig last van.
- Accessoires zijn dikvoormekaar: screensaver, bescherm-sleeve achterkant, de oprolbare smartcover is briljant; kost allemaal wat, maar dan krijg je ook wat. En…ruilen bij BCC: geen probleem.
- Google Chrome mag dan je favoriete webbrowser zijn, Apple denkt daar anders over. Heel storend. Maar niet lang getreurd: Safari, het blijft behelpen, maar doet het ook. Kopieren van bladwijzers, beetje ingewikkeld, maar lukt via iTunes.
- Gmail werkt! Dat is een zegen. Het is een beetje krakkemikkig door de Safari-Gmail-webinterface: het instellingen-icoontje geeft maar een deel van de instellingen weer.
- Whatsapp werkt niet! WhatTF!
- Maar Twitter doet het. Facebook werkt! Youtube ook. LinkedIn is ok en zelfs Hotmail doet mee: nou dat is zo gek nog niet.
- Sommige apps, widgets of shortlinks (ik weet het verschil niet) verschijnen, een beetje knullig, alleen in uitvergroot iPhone formaat, omdat ze daar oorspronkelijk voor gemaakt zijn.
- Eerste dag iTake iPad to kantoor. Geweldig. Wireless even gedoe, maar snel opgelost, niet door de Helpdesk, maar door de iPad-faciltator in huis. Tas een stuk een lichter zonder die laptop.
- Quickoffice Pro gekocht voor Euro 15,99, het beste alternatief voor MS Office. Eerste aankoop in de iTunes-store. Hmmm….het gaat….. Word documenten bewerken ok. Vanzelf in Times Roman, maar weer terug in Office is het oorspronkelijke lettertype er weer, en de wijzigingen ook.
- Powerpoints inzien met QuoPro gaat redelijk. Bewerken, helaas pindakaas. Schijnt wel te kunnen met Powerpoint2003 documenten. Toch maar weer de laptop mee-sjouwen naar kantoor.
- Printen. De iPad is bedoeld voor de paperless society. Koppelen aan een printer zit er niet in. Maar……….Googleprint biedt uitkomst. Printen van e-mails vanuit Gmail naar een thuis-printer doet het. En ook printen vanuit Safari werkt.
- Waar is de cursor?? In eerste instantie mis je ‘m niet, totdat je in Office-applicaties iets wilt doen. Het is een stomme vraag, want er is ook geen muis: de muis is je touch-wijsvinger. Dat blijft wel wennen.
- De tablet is een perfect format voor semi-digi-analfabeten; het ding ligt op de eetkamer-tafel in de serre, de TV-gids in de krant opzoeken is voorbij, Wordfeud is verslavend, Hotmail doet het en ook Safari went: recepten zoeken lukt en ook de bibliotheek is snel gevonden; de bank werkt en Hockey.nl incl. video’s gehoorzaamt ook.
- Dropbox is ook een zegen. Sowieso. Werkt ook op de iPad soepel, zij het met een beetje onhandige, nl. andere, schermindeling.
- Buitengewoon is het toetsenbord, zeg maar touchboard. In vergelijking met een normaal toetsenbord is het als toen we overstapten van de gewone(!) typemachine naar zo’n IBM elektrische typemachine. Als je kijkt naar de touchtoets, dan staat de letter er al. Geweldig! Maakt duidelijk dat onze toetsenborden stammen uit de periode van voor 1980. Waarom hebben lap- en desktops geen electrisch toetsenbord?
- WordPress weblog (deze dus) bijwerken via de iPad is eng. Ik heb de WordPress for iPad app gedownload via de iTunesstore, maar kan vooralsnog veel van mijn dashboard knoppen niet vinden.
- Geweldig is ook dat je zo’n iPad nooit uitzet. Smartcovertje dichtrollen en iSlaapt. Twee keer per week een nachtje opladen is voldoende.
- Een argument om een tablet te kopen was mijn naïeve gedachte dat je met zo’n ding ook zou kunnen telefoneren. Leuk met die front-camera. Het sleufje voor de kopie-simcard ontbreekt echter. Zit wel op de 3G-modellen, maar is dan alleen bedoeld voor dataverkeer. Het is dus geen telefoon. Bellen kan natuurlijk wel via Skype of andere voip-aanbieder. Nummer aanvragen (niet gratis) en het begint er op te lijken.
- USB? Dat is te flexibel voor Apple. Ons vakantie-appartement met internet bleek helaas een vakantie-appartement zonder internet, want met een (USB-)dongel in plaats van wireless. Ook USB-memory-sticks met foto’s, muziek of presentaties zijn dus niet aan de iPad besteed.
Het is al met al wat getob, maar uiteindelijk krijg je wel wat.
Wat zijn Apps?
Domme vraag! Zo dom dat de organisatoren van het Sogeti VINT Symposium 2011 ‘The App Effect’ vorige week, mij niet echt serieus namen. Dat gebeurt vaker met domme vragen. Misschien had ik de vraag moeten twitteren met #vint in plaats van Menno van Doorn en Michiel Boreel direct aan te spreken.
Maar wat zijn apps nou eigenlijk? Is een app een api? Zijn apps hetzelfde als applets? Hebben apps iets te maken met Apple? wat is eigenlijk het verschil tussen een app en een widget. Of is het een plugin? Of zijn apps gewoon applications? The Holy Wikipedia gaat voor de laatste, eenvoudige oplossing. Wikipedia Nederlands meldt dat app een afkorting is voor Afrikaanse paardenpest en een korte aanduiding is voor een computerprogramma, een Applicatie. Wikipedia English zegt dat app gewoon short is voor application software.
Ging dat congres in Bussum nou de hele dag over ‘Het Software Effect’? Nee, dat zou niet erg eigentijds geweest zijn. Software is er al wat langer. Het VINT Symposium ging over de rijkdom aan informatie en communicatie-faciliteiten van vandaag en morgen. Heel veel trends uit het dagelijks en minder dagelijks leven passeerden de revue: Facebook currency, 3D-printing, een simpele credit card add on voor smartphones, Angry Birds, Glassdoor.com (working day assessment), Kickstarter, Flipboard, Instagram, Drinkspiration, en nog veel meer. Het congres ging weinig over de effecten van deze trends op het bedrijfsleven, maar wel nadrukkelijk ook over de (negatieve) effecten van die informatie overload op de mens. Nicholas Carr was er zelf niet, maar inhoudelijk wel. Interessante dag, al met al.
Maar nu terug naar die domme vraag. Volgens mij is een app klein en cloud based. Het is een computerprogramma-tje, een klein stukje software dus, dat via internet verkrijgbaar is en gebruik maakt van data en rekencapaciteit via internet. Apps zijn gemaakt voor gebruik op telefoons of tablets met internet, mobiele user interfaces dus. Apps zijn verkrijgbaar via de Android Marketplace of de Apple App Store. Vaak gratis, vaak heel goedkoop (minder dan een dollar of een Euro) en heel soms een serieuze aankoop. Soms is een app niet veel meer dan een link naar een populaire website met een interface voor mobiel of tablet. Maar, en dat is verwarrend, er zijn ook grotere apps, zoals Tomtom via de App Store verkrijgbaar. Die is niet echt klein te noemen, maar als uitzondering te beschouwen. Ik heb inmiddels een nieuw artikel aangemaakt op Wikipedia en ben benieuwd naar de aanpassingen in de komende weken.
Wat is het App Effect? De overload aan informatie en communicatie in het dagelijks leven is niet het gevolg van die kleine computerprogramma-tjes, maar het gevolg van het feit dat onze telefoons massaal met internet verbonden zijn. Dat App Effect van Sogeti is dus een gevolg van mobiel internet. Apple-addicts denken dat het alleen om iPhones en iPads gaat, maar anderen weten wel beter. Het congres had dus moeten heten ‘The Mobile Internet Effect’. Dat had de lading beter gedekt, maar klinkt minder sexy, want apps zijn wel hot. Misschien een idee voor de ondertitel van het boek dat er nog aan komt.
Het was overigens een prima en inspirerend congres, dus verder alle lof voor Sogeti. Wat mij betreft waren de bijdragen van Gerd Leonhard en Sander Duivestein het meest interessant. De CEO van Vodafone Nederland Jens Schulte-Bockum werd pas uitgejoeld toe hij al weg was, dankzij de onbevangen presentatie van de 24-jarige Alexander DWDD Koeppling. Heel prettig ook, hilarisch soms, was de uitsmijter van de dag, Maarten van Rossum, die optrad met een gebroken vinger, veroorzaakt door een happ van een ezel in Zuid-Frankrijk…..
Weg met die Toetsenborden!
Tijdens een MSkype conference call gistermiddag was goed te horen of mijn verstandige opmerkingen een plekje kregen in het verslag en de besluitenlijst. Rikke-tikke-tikke-deng-deng-tik-ding-ding…… ratelde door de speakers op mijn kantoor in het rustige park. De eekhoorns keken er van op. Zachter aanslaan van de toetsen hielp niet, het was de laptop.
Hoe lang zou dat nog duren? Dat gedoe met die toetsenborden. Het is toch een beetje alsof je nog telefoneert met zo’n ronde draaischijf. Ratel-ratel-ping-ping. Het is een primitieve fysieke en mechanische overdracht van gewenste signalen aan onze digitale, 3.0, wireless, multi-device, social media wereld. Letter-voor-letter. Het is een handeling die sommigen met 2 handen en 10 vingers tegelijk schijnen te kunnen. Anderen lopen er tennis-ellebogen mee op, en weer anderen zijn totaal verloren als ze bij het snoeien in de tuin zichzelf in de wijsvinger van die andere hand geknipt hebben….
Met een touchscreen wordt het al wat beter. Dat wil zeggen: qua volume. Tenzij er natuurlijk zo’n minuscuul geluidje op de achtergrond mee-miept dat precies hetzelfde hum-brom-toontje geeft als je de goede en wanneer je de de verkeerde toets hebt bevoeld. Je hebt iets aangeraakt, dat weet je dan zeker. Maar nog steeds gaat het letter-voor-letter, leesteken niet vergeten, denk aan de spelling, voor de niet-blind-typers: telkens op en neer kijken van toetsen naar afbeelding, dat hele touchscreen helpt niet fundamenteel.
Zolang onze user devices nog geen gedachten kunnen lezen, moet de hoop gevestigd zijn op spraakherkenning. Een tekst, dus, die soepel op het scherm verschijnt, terwijl je die rustig dicteert alsof de stenograferende directiesecretaresse nooit verdwenen is. Een paar subtiele fysiek-mechanische aanrakingen om te starten en te stoppen, voor correcties, even naar de vorige alinea terug e.d. Dat moet heerlijk zijn: nooit meer tikken. Kan niet lang meer duren.
E-mail Geruzie: 7 oorzaken en 1 oplossing
Communicatie is moeilijk. Mensen hebben nou eenmaal last van slecht kunnen luisteren, vooringenomenheden, een matig geheugen, onhandig woordgebruik, wisselend humeur, etc. In de media-mix leiden e-mails vaak sneller tot irritatie dan verwacht. En het gaat dan van kwaad tot erger. E-mail-irritatie verdiept zich tot een serieus conflict. Hoe komt dat?
1. E-mails zijn soms laf. Het komt voor dat je iemand iets moet zeggen of wilt vragen of opdragen dat niet leuk, aardig of prettig is. In plaats van naar de persoon toe te gaan, kun je even opbellen. Maar telefoneren is nog steeds heel direct. Dan gaat die ander dingen terug zeggen. Als je een e-mail stuurt dan kan de persoon in kwestie niet direct antwoorden. Het is een adequate manier om de confrontatie te vermijden. Frustraties of boosheid uiten via de mail is een zwaktebod. Delegeren via de e-mail zit ook in deze categorie.
2. Te kort door de bocht schrijven. Een e-mail is geen formele brief. Tegelijk is een e-mail ook weer niet zo kort als een sms-je. E-mail leent zich er prima voor om in min of meer spreektaal iets klip en klaar op te schrijven. De risico’s zijn: te duidelijk of onzorgvuldige formuleringen. Spreektaal zonder klank of gelaatsuitdrukking erbij is moeilijker te interpreteren. Het is ook logisch dat de emoticons uit de wereld van instant en short messaging soms ook in e-mails gebruikt worden.
3. Slecht lezen. E-mails worden vaak snel en oppervlakkig gelezen. Tussen de bedrijven door gescand. Vaak multi-taskend, maar de eerste indruk is dan al gesettled. Zeker als er iets negatief geinterpreteerd kan worden. ‘Verkeerd begrepen’ ligt op de loer. Zorgvuldiger tweede lezing helpt niet meer echt. Dit risico is flink vergroot door het lezen van e-mails vanaf de kleine schermpjes van pda’s.
4. Te snel antwoorden. De verleiding is groot om op een e-mail direct te antwoorden met een e-mail. Veel mensen willen hun in-box leeg houden. De Send-knop is dichtbij. Er kan gemakkelijk een irritatie-versnelling ontstaan. Dit risico is kleiner geworden door het lezen van e-mails vanaf pda’s. De pda nodigt niet uit tot het schrijven van e-mails. Degenen die dat wel doen, antwoorden in sms-stijl en dat kan beide kanten op: variërend van ‘laten we het er snel even over hebben’ tot ‘ik begrijp niet hoe je hierbij komt’.
5. Te traag of niet antwoorden. E-mail verzenders verwachten eigenlijk dezelfde dag antwoord. De volgende dag kan nog net. Als dat uitblijft, en er is al enige irritatie, dan groeit die. Multi-mail-ontvangers en pda-e-mail-lezers antwoorden vaak helemaal niet. Dat is heel irritant en leidt niet tot een telefoontje, of even langs lopen, maar tot een nog iets geirriteerdere reminder-mail. Soms al na een dag.
6. Te uitgebreid antwoorden. E-mail communicatie is niet geschikt voor interactie met veel overwegingen en argumenten. Eenzijdig een wat uitgebreidere mail sturen om bijvoorbeeld een standpunt helder te maken kan nog. Maar er op reageren via de e-mail met een antwoord op al die punten , werkt niet.
7. Oneigenlijke kopie-ontvangers. Leidinggevenden ontvangen regelmatig cc’s van e-mail tussen, van of aan ondergeschikten, waarbij de cc eigenlijk bedoeld is om de baas te attenderen op een narigheid. Dat leidt gemakkelijk tot meer narigheid. Mails kunnen ook, zonder medeweten van de verzender, doorgestuurd worden naar onbedoelde ontvangers. Met onbedoelde effecten.
Als de e-mail irritatie eenmaal op gang is, dan valt het niet mee om weer on speaking terms te komen: elkaar vis-a-vis te spreken of te bellen. Er ontstaat een moeilijk te doorbreken wapenstilte. Het probleem in kwestie lost zich vaak (vanzelf) op, maar de irritatie blijft.
Dus, bij gevoelige en/of negatieve berichten: gebruik e-mail niet om de directe confrontatie te vermijden en bij uitgebreide berichten: antwoord niet inhoudelijk per mail. Hou het simpel en kies voor een medium met direct tweerichtingsverkeer: even bellen, zodat de ander je kan horen, of nog beter skypen, zodat je elkaar kunt zien, of nog, nog beter even langsgaan, kopje koffie, rustig uitleggen aan elkaar hoe en waarom je er in zit, zoals je er in zit. Ook ik zal mijn leven beteren.
EGD: Eigen Gezondheid Dossier
Vorige week was ik in het ziekenhuis voor een röntgenonderzoek. Nadat de verpleegster mij geruststellend had toegesproken en uitleg had gegeven over de procedure, kwam de radioloog binnen. Vriendelijk, tikje nonchalant, maar toch wel deskundig. Vanuit allerlei hoeken en in meerdere standjes zijn de opnamen gemaakt. Geen bijzonderheden te zien, zo luidde het voorlopige oordeel. Prettig. Bedankt.
Toen ik weer aangekleed buiten stond wist ik niet meer hoe de radioloog heette. Stom. Hij heeft zich keurig aan mij voorgesteld, maar helaas. Een paar weken geleden wist mijn echtgenote de naam van haar specialist ook al niet meer (ik was dus een gewaarschuwd mens!). Zij wist gelukkig wel nog hoe het onderzoek heette dat ze ondergaan had. Maar in de samenvatting van de bevindingen van de dienstdoende specialist ontbrak 1 moeilijk woord, waar ze niet meer op kon komen. Thuisgekomen hebben we nog een tijdje gegoogled, zonder resultaat. Het is er niet meer van gekomen om de huisarts er over te bellen. Zo’n specialist bel je natuurlijk niet. Alles was in orde, meldde de assistente van de huisarts een week later telefonisch, terwijl mijn vrouw in de supermarkt stond. Ok.
Mijn radioloog was het overigens helemaal met mij eens, dat na ieder onderzoek in het ziekenhuis de dienstdoende specialist op een half A4-tje aan de patiënt zou moeten e-mailen of meegeven: wat er onderzocht is, wat de bevindingen zijn, plus de namen van arts en verpleegkundige. Zo’n verslagje kan ik dan opnemen in Google Health. Daar noteer ik ook altijd welke medicijnen ik voorgeschreven krijg. En hoeveel ik er daadwerkelijk gebruikt heb. Bij wijze van spreken, dan…..
Google Health is namelijk helemaal niet zo handig, erg Amerikaans. En Larry Page, gaat als nieuwe Google CEO, Google Health waarschijnlijk niet vervolmaken. Te ver van de basis. (Dat sounds like simple en dus verstandig.) Geheel tegen de Google-traditie in, was Google Health van begin af aan voorzien van een verdienmodel. De applicatie is opgezet in samenwerking met leveranciers uit de gezondheidsindustrie, die zouden gaan betalen voor geaggregeerde informatie vanuit Google Health. Daar is natuurlijk al heel veel discussie over geweest. Zoveel, dat Larry er dus nu de stekker uit gaat trekken.
Hoe nu verder? Ik wil geen Electronisch Patiënten Dossier, maar mijn Eigen Gezondheid Dossier! Met waarnemingen, diagnoses, verrichtingen en medicatie in gewone-mensen-taal en voorzien van standaard coderingen zodat artsen onderling het ook begrijpen. Maar nee, we gaan ziekenhuizen en andere zorgverleners dit nu regionaal laten aanpakken. Dat doet denken aan 418 gemeenten en 12 provincies ………
Intrabraak: strafmaat maximaal 4 jaar
Moet intrabraak zwaarder bestraft worden? In de afgelopen 10 tot 15 jaar is intrabreken vooral gezien als bijzondere hobby van computernerds en vervolgens ook als een methode om de veiligheid van digitale netwerken en user interfaces te testen. De beste inbrekers zijn de beste beveiligingsexperts was het adagium. Dat is prima, maar neemt niet weg dat op inbraak straf staat. De schade die door inbraak op afstand in digitale netwerken en apparaten aangericht wordt is vaak veel groter dan bij normale inbraken. Ook de maatschappelijke consequenties zijn groter, zowel qua gevoel van maatschappelijke onveiligheid als qua kosten voor systeemaanpassingen. Op dit moment is de straf voor het binnendringen in een computersysteem of netwerk maximaal 1 jaar of een geldboete van 16.750 Euro. Als het binnendringen gepaard gaat met het kopiëren van gegevens, het gebruiken van verwerkingscapaciteit of het gebruik van een computer als springplank op bijv. binnen een intranet ook binnen te dringen in andere computers, dan wordt de maximum gevangenisstraf 4 jaar. Dat zijn voor intrabraken dus veel zwaardere straffen dan nu nog voor gewone inbraken staan. Op een doorsnee inbraak staat geen celstraf, maar alleen een geldboete. Pas als bij herhaling komt de gevangenis in beeld. De strafmaat lijkt dus niet het probleem, maar misschien is het de onbekendheid van de stevige strafmaat voor computervredebreuk, zoals dit delict in het juridische jargon eufemistisch heet. Dat woord doet meer aan het verzenden van spam denken, waar alleen geldboetes op staan. Maar, ga je in je vrije tijd nog wel intrabreken in zo’n OV-chipcard of in een verkiezingen-stem-computer, als je weet dat er maximaal 4 jaar gevangenisstraf op staat?
You are currently browsing the archives for the Gebruikersvriendelijkheid category.
Page optimized by WP Minify WordPress Plugin



