Archive for the ‘IT algemeen’ Category
ICT Rollenspel
Knowledge engineer, Solution manager, Sevice manager, Lead architect, Documentalist, Controller, IT-manager, Strategie adviseur, Manager infrastructuur, ICT-directeur, Programma-manager, Netwerkbeheerder, Projectmanager, Innovatiespecialist, CIO, Servicedesk medewerker, Informatie analist, Smartphone beheerder, Programmeur, EDP-auditor, Systeembeheerder, Applicatie ontwerper, Embedded software engineer, Architect technische infrastructuur, Security specialist, Gegevensbeheerder, Storage manager, Multi media adviseur, Operator, iPad-specialist, Account manager, Incident manager, Configuration manager, CFO, Applicatiebeheerder, Web master, Autorisatie beheerder, Service manager, Hoofd systeemontwikkeling, QA manager, ICT coördinator, Gegevensbeheerder, Informatie manager, Tester, Team leider, Business process improvement manager, Data architect, Functioneel ontwerper, Netwerk architect, Problem manager, Change manager, pffff…..
Hebben jullie die ook in huis? Sta je er zelf bij?
Wie doet wat? en Wie beslist waar over? Zijn alle benodigde rollen ingevuld? Kan het eenvoudiger en effectiever? Zie het Whitepaper IT Governance voor Beslissers en doe de ICT-besturingsscan.
Bron o.m.: Taken, Functies, Rollen en Competenties in de Informatica – Johan C. Op de Coul
Wat zijn Apps?
Domme vraag! Zo dom dat de organisatoren van het Sogeti VINT Symposium 2011 ‘The App Effect’ vorige week, mij niet echt serieus namen. Dat gebeurt vaker met domme vragen. Misschien had ik de vraag moeten twitteren met #vint in plaats van Menno van Doorn en Michiel Boreel direct aan te spreken.
Maar wat zijn apps nou eigenlijk? Is een app een api? Zijn apps hetzelfde als applets? Hebben apps iets te maken met Apple? wat is eigenlijk het verschil tussen een app en een widget. Of is het een plugin? Of zijn apps gewoon applications? The Holy Wikipedia gaat voor de laatste, eenvoudige oplossing. Wikipedia Nederlands meldt dat app een afkorting is voor Afrikaanse paardenpest en een korte aanduiding is voor een computerprogramma, een Applicatie. Wikipedia English zegt dat app gewoon short is voor application software.
Ging dat congres in Bussum nou de hele dag over ‘Het Software Effect’? Nee, dat zou niet erg eigentijds geweest zijn. Software is er al wat langer. Het VINT Symposium ging over de rijkdom aan informatie en communicatie-faciliteiten van vandaag en morgen. Heel veel trends uit het dagelijks en minder dagelijks leven passeerden de revue: Facebook currency, 3D-printing, een simpele credit card add on voor smartphones, Angry Birds, Glassdoor.com (working day assessment), Kickstarter, Flipboard, Instagram, Drinkspiration, en nog veel meer. Het congres ging weinig over de effecten van deze trends op het bedrijfsleven, maar wel nadrukkelijk ook over de (negatieve) effecten van die informatie overload op de mens. Nicholas Carr was er zelf niet, maar inhoudelijk wel. Interessante dag, al met al.
Maar nu terug naar die domme vraag. Volgens mij is een app klein en cloud based. Het is een computerprogramma-tje, een klein stukje software dus, dat via internet verkrijgbaar is en gebruik maakt van data en rekencapaciteit via internet. Apps zijn gemaakt voor gebruik op telefoons of tablets met internet, mobiele user interfaces dus. Apps zijn verkrijgbaar via de Android Marketplace of de Apple App Store. Vaak gratis, vaak heel goedkoop (minder dan een dollar of een Euro) en heel soms een serieuze aankoop. Soms is een app niet veel meer dan een link naar een populaire website met een interface voor mobiel of tablet. Maar, en dat is verwarrend, er zijn ook grotere apps, zoals Tomtom via de App Store verkrijgbaar. Die is niet echt klein te noemen, maar als uitzondering te beschouwen. Ik heb inmiddels een nieuw artikel aangemaakt op Wikipedia en ben benieuwd naar de aanpassingen in de komende weken.
Wat is het App Effect? De overload aan informatie en communicatie in het dagelijks leven is niet het gevolg van die kleine computerprogramma-tjes, maar het gevolg van het feit dat onze telefoons massaal met internet verbonden zijn. Dat App Effect van Sogeti is dus een gevolg van mobiel internet. Apple-addicts denken dat het alleen om iPhones en iPads gaat, maar anderen weten wel beter. Het congres had dus moeten heten ‘The Mobile Internet Effect’. Dat had de lading beter gedekt, maar klinkt minder sexy, want apps zijn wel hot. Misschien een idee voor de ondertitel van het boek dat er nog aan komt.
Het was overigens een prima en inspirerend congres, dus verder alle lof voor Sogeti. Wat mij betreft waren de bijdragen van Gerd Leonhard en Sander Duivestein het meest interessant. De CEO van Vodafone Nederland Jens Schulte-Bockum werd pas uitgejoeld toe hij al weg was, dankzij de onbevangen presentatie van de 24-jarige Alexander DWDD Koeppling. Heel prettig ook, hilarisch soms, was de uitsmijter van de dag, Maarten van Rossum, die optrad met een gebroken vinger, veroorzaakt door een happ van een ezel in Zuid-Frankrijk…..
Maxime Verhagen en Internet of Things
Zoals u weet heeft Nederland negen topsectoren. Voor de zekerheid noem ik ze nog even: Agro-food, Chemie, Creatieve industrie, Energie, High tech materialen en systemen, Life sciences, Logistiek, Tuinbouw en uitgangsmaterialen en Water. In deze topsectoren zal het ministerie van EL&I de komende jaren 1,5 miljard Euro investeren.
De topsectoren zijn in februari aangekondigd in de zogenoemde Bedrijfslevenbrief van EL&I ‘Naar de Top’. Aan het eind van die brief is aangegeven dat ICT als een soort innovatie-as alle genoemde sectoren moet gaan versterken. Zodoende kan Nederland wereldwijd tot de top vijf van kennis-economieën gaan behoren.
Geïnspireerd door deze EL&I-brief heeft de branchevereniging van het ICT-bedrijfsleven in Nederland, ICT-Office, eind april een notitie gepubliceerd over ICT en Topsectoren: ‘ICT als Innovatie As’. Dat is een interessant stuk. Voor alle negen topsectoren wordt een overzicht gegeven van ICT-kansen en ICT-onderzoeks-uitdagingen. Per topsector voorzien van concrete voorbeelden. Het meest opvallende bij al die voorbeelden is dat Internet of Things de rode draad lijkt te zijn. De notitie van ICT-Office staat bol van woorden als tags, intelligente verkeerssystemen, multiagent systemen, tracking and tracing, GPS, biomarkers en nanosensoren, smart radar, mobile smart grid, micro-omgevingen, sensor networks, objectdetectie, embedded software, biometrie, meetinstrumenten, etc. Al met al een prachtig overzicht van Internet of Things mogelijkheden. Kansen.
En sinds vorige week is er ook de Digitale Agenda.nl: de ICT-notitie van minister Maxime Verhagen voor de periode 2011-2015 met als kernvraag: Hoe kan ICT slim worden ingezet voor groei en welvaart? De vier hoofdthema’s zijn: Meer ruimte voor ondernemers om slimmer te werken, Snelle en open infrastructuur, Digitale veiligheid en vertrouwen en Kennis die werkt. Dat zijn eigenlijk meer voorwaarden-scheppende zaken. Niet verkeerd, goed als het uitgevoerd wordt, maar of dat voldoende is? Drie van de negen topsectoren komen even aan de orde in paragraaf 2.9 van de Digitale Agenda.nl, maar de voorbeelden zijn wat vlak en bleek vergeleken met de inspiratie die de ICT-Office notitie uitstraalt. Nu komen er binnenkort ook per topsector nog speerpunten-agenda’s (samengesteld door topteams!) en mogelijk gaan we daar de Internet of Things kansen alsnog terugvinden. Dat zou top zijn.
Money is Time?
Volgens Gartner zullen de wereldwijde uitgaven aan ICT in 2011 ongeveer 3600 miljard US Dollar bedragen. Ik heb de punten en komma’s nog even nagekeken, en de definities van billion, biljoen, trillion en triljoen, maar dat is ruim 2,4 biljoen Euro, in 1 jaar dus. Ik denk dan tegen-woordig al snel ‘Kanniewaarzijn’, maar als Gartner het zegt, dan zal het ongeveer kloppen. Deze ICT-uitgaven zijn in 2011 als volgt te verdelen over vier categorieën: hardware 11%, software 7%, IT services 23% en telecom 59%.
Zou het nou zo zijn dat de gemiddelde CIO in Nederland zo’n 60% van zijn of haar tijd, ofwel 3 dagen per week, besteedt of zou moeten besteden aan telecom? Of is dat te eenvoudig geredeneerd?
Intrabraak: strafmaat maximaal 4 jaar
Moet intrabraak zwaarder bestraft worden? In de afgelopen 10 tot 15 jaar is intrabreken vooral gezien als bijzondere hobby van computernerds en vervolgens ook als een methode om de veiligheid van digitale netwerken en user interfaces te testen. De beste inbrekers zijn de beste beveiligingsexperts was het adagium. Dat is prima, maar neemt niet weg dat op inbraak straf staat. De schade die door inbraak op afstand in digitale netwerken en apparaten aangericht wordt is vaak veel groter dan bij normale inbraken. Ook de maatschappelijke consequenties zijn groter, zowel qua gevoel van maatschappelijke onveiligheid als qua kosten voor systeemaanpassingen. Op dit moment is de straf voor het binnendringen in een computersysteem of netwerk maximaal 1 jaar of een geldboete van 16.750 Euro. Als het binnendringen gepaard gaat met het kopiëren van gegevens, het gebruiken van verwerkingscapaciteit of het gebruik van een computer als springplank op bijv. binnen een intranet ook binnen te dringen in andere computers, dan wordt de maximum gevangenisstraf 4 jaar. Dat zijn voor intrabraken dus veel zwaardere straffen dan nu nog voor gewone inbraken staan. Op een doorsnee inbraak staat geen celstraf, maar alleen een geldboete. Pas als bij herhaling komt de gevangenis in beeld. De strafmaat lijkt dus niet het probleem, maar misschien is het de onbekendheid van de stevige strafmaat voor computervredebreuk, zoals dit delict in het juridische jargon eufemistisch heet. Dat woord doet meer aan het verzenden van spam denken, waar alleen geldboetes op staan. Maar, ga je in je vrije tijd nog wel intrabreken in zo’n OV-chipcard of in een verkiezingen-stem-computer, als je weet dat er maximaal 4 jaar gevangenisstraf op staat?
Belangrijkste uitdaging voor ICT?
Zie enquête op LinkedIn: Wat is op dit moment de belangrijkste uitdaging voor ICT in jouw organisatie?
TCO: Total Cost of Ongemak
Dat klinkt onaardig, maar zo is het niet bedoeld. De afkorting TCO wordt te pas en te onpas gebruikt voor de totale kosten van ICT van een organisatie. Het is populair ICT-jargon. Maar het oorspronkelijke concept van TCO wordt zelden consequent gehanteerd. Te ingewikkeld. Total Cost of Ownership is bedacht door de Gartner Group in de vorige eeuw om ook de kosten van ongemak voor gebruikers, bijvoorbeeld wachttijd (downtime) en opleidingsuren, en de indirecte kosten als doorbelastingen van andere afdelingen (financiën, personeelszaken, facilitair e.d.) mee te nemen in de totale ICT-kosten van een organisatie. Het bijzondere van het TCO-concept zit dus juist in die indirecte gebruikers- en organisatiekosten.
Interessant concept, leuk plaatje, maar een brug te ver. Want veel organisaties weten vandaag de dag helemaal niet hoeveel men jaarlijks aan ICT uitgeeft: gewoon aan out-of-pocket kosten en afschrijvingen. Dat lijkt mij nog steeds een onmisbaar kengetal.
En ondertussen is TCO alweer ingehaald door methodieken om de toegevoegde waarde van ICT te berekenen. Het gaat immers om de bijdrage van ICT aan het bedrijfsresultaat. Terecht punt, maar nog moeilijker. Dus eerst maar eens even die gewone jaarlijkse ICT-kosten inventariseren. En die dan ook zo noemen, en niet TCO, want dan zouden we nu ook de kosten van ‘digital distraction’ (spelen met PDA, Twitter, Facebook, LinkedIn, etc) mee moeten nemen. Dan doet zich de vraag voor: is dat nou gemak of ongemak? Maar laten we bij het begin beginnen.
ICT en Electriciteitcentrales
Vroeger……. stonden veel fabrieken naast beken en rivieren. Een schoepenrad in het snelstromende water zorgde voor de aandrijving van machines. De stoommachine maakte het al rond 1800 mogelijk om fabrieken door te laten draaien, onafhankelijk van water-, wind- of paardenkracht. Business continuity. Maar nog steeds had iedere fabriek zijn eigen krachtcentrale. Pas aan het einde van de 19de eeuw kon men de energie van stoommachines of -turbines omzetten in elektriciteit en verspreiden via een wisselstroom-netwerk. In gebieden met veel industrie werd het efficiënter en veiliger om gezamenlijk een stroomgenerator te bouwen en die te verbinden met de individuele fabrieken. De geboorte van de elektriciteitscentrale.
Zo zal het ook gaan met ICT. Veel bedrijven hebben nog een eigen computerruimte met een verzameling servers (file-, mail-, web-, database-, applicatie-, proxy-, etc.-servers), soms een oude telefooncentrale, veel bekabeling, een ingewikkeld koelsysteem en een blusinstallatie. Maar langzaam maar zeker snappen we wat dat mysterieuze ‘Cloud Computing’ betekent. Cloud = Internet. Dus als je cloud computing gebruikt dan gebruik je het internet voor rekencapaciteit en voor data opslag. Niet meer in-house, maar gewoon via internet ergens anders. Niet in de lucht. De afgelopen decennia gebruikten we deze servers op andere locaties vooral om data op te slaan. Zodoende noemen we die centrales met servers nog steeds Datacenters. Dat is een vergissing: het zijn ICT-centrales.
Het is altijd eng om eerste levensbehoeften aan anderen over te laten. Maar zoals de moestuin er alleen nog is voor de liefhebbers, zo zal ook de computer (met rekencapaciteit en gegevensopslag) het pand verlaten. Een diepvriesje met wat reservegroente is soms handig. En bedrijven en organisaties, zoals ziekenhuizen, die nu een noodaggregaat hebben voor het geval de electriciteit uitvalt, zullen ook noodcomputer-faciliteiten in huis houden, maar dit zijn de uitzonderingen.
Nicholas Carr, de man van ‘Does IT Matter?’ (blijft een briljante titel) schreef in 2008 ‘The Big Switch’ over deze parallel tussen ICT en elektriciteit. Op 2 maart 2011 spreekt hij in Amsterdam bij het John Adams Institute. Hij is verguisd en geprezen. Carr is een uitdager. Zijn lezing zal waarschijnlijk vooral gaan over zijn nieuwe boek ‘The Shallows’ over de toenemende oppervlakkigheid in de internet-maatschappij.
Vier 2011 CIO Prio’s
1. Meer Bandbreedte
2. Meer Apparaten en Apps
3. Cloud en Security
4. Windows 7
Bron: Shane O’Neill in CIO.com
You are currently browsing the archives for the IT algemeen category.
Page optimized by WP Minify WordPress Plugin


