Archive for the ‘Standaardisatie’ Category
Apps, SaaS, Excel…..en Application Portfolio Management
Veel organisaties beschikken over een onoverzichtelijke hoeveelheid ICT-toepassingen met bijbehorende hoge licentiekosten en onderhoud-inspanningen. Functionele overlap tussen sommige van die softwarepakketten is dan onvermijdelijk en ook de interfaces tussen de verschillende toepassingen vergen veel aandacht en onderhoud.
Daar is het volgende op bedacht: APM ofwel Application Portfolio Management. Het hele zaakje wordt keurig geïnventariseerd, functionaliteiten afgestemd op de gebruikers, voorzover mogelijk gestandaardiseerd, en dat alles ook helemaal volgens de regels, fully compatible.
Helaas is dat geen easy go. De introductie van APM gaat vaak gepaard met Application Overhaul, een grote schoonmaak. Dat is niet zo gek: eerst de bezem er doorheen als een overzichtelijk plaatje nodig is van de software-zolder. Struikelblok bij zo’n grote schoonmaak is legacy software: verouderde, vaak aangepaste en slecht beheerde, maatwerk software in het kern-bedrijfsproces van de organisatie. Zolang er niets gebeurt blijft het wel doordraaien, maar wijzigingen en nieuwe koppelingen zijn buikpijn-veroorzakers. Vernieuwing is een migraine-dossier. Opruimen en APM: liever even niet.
Ook onder het tapijt kan bij een Application Overhaul van alles blijken te liggen. Sommige softwarepakketjes met een klein aantal gebruikers zijn ooit decentraal aangeschaft en vervolgens nooit aangemeld ter ‘naturalisatie’ bij de ICT-afdeling. Omvangrijker is de problematiek van de Excel-oplossingen. Creatieve knutselaars hebben de mooiste toepassingen in Excel gebouwd, vooral als de ICT-afdeling het te druk heeft en de lijn-manager veel haast. Buiten beeld, maar soms cruciaal voor het bedrijfsproces, en daarmee kwetsbaarheid veroorzakend. Kenmerkend voor tapijten is dat men ze liever niet optilt. Weerstand tegen APM, dus.
Maar APM zal door twee ontwikkelingen juist hoger op de prioriteitenlijst komen: Apps en Saas. Organisaties krijgen te maken krijgen met Apps: kleine, soms bijna maatwerk, ICT-toepassingen die handig gebruik maken van gemeenschappelijke platform-software en data. Nu nog vooral in het prive-domein van de smartphones, maar in toenemende mate ook binnen het bedrijfsleven. Heel gemakkelijk, maar volgens sommigen verslavend. SaaS, ofwel Software as a Service, zorgt ervoor dat software niet formeel aangeschaft hoeft te worden. Op basis van pay-per-use kan een toepassing, als een dienst, via internet gebruikt worden. Daar waar het ondernemerschap gepropageerd wordt, en dat is niet alleen bij Philips, zullen de Apps en de SaaS-oplossingen populair worden. Beide lenen zich immers uitstekend voor decentrale aanschaf en beheer.
Decentraal beheer? Dat is een uitdaging. Of is decentraal Application Portfolio Management juist een kans? APM decentraal beleggen is misschien wel effectiever dan centraal, big brother aangestuurd. En dat levert dan direct een belangrijke ICT-verbeterslag op, aangezien APM nog geen gemeengoed is. Beter decentrale APM dan geen APM. Flankerende afspraken over IT Governance, de besluitvorming over ICT, zijn dan wel een randvoorwaarde.
The Internet of Things (2)
The Internet of Things of IoT is in de basis eenvoudig (zie deel 1), maar de gevolgen zijn groot. Ook hierbij is er een parallel met Cloud Computing. Cloud Computing gaat ervoor zorgen dat computers (al die grijze dozen onder het bureau of in de serverruimte) uit huizen en bedrijven verdwijnen. We gaan gebruik maken van de opslag- en rekencapaciteit van datacenters, eigenlijk ICT-centrales: the Big Switch.
Internet of Things gaat miljarden objecten volgbaar maken. Die versnelling in de ontwikkeling is het gevolg van het steeds goedkoper worden van RFID-tags en NFC-chips en gelijktijdig de totstandkoming van standaardisatie-afspraken. Belangrijke consequentie is dat een Data Ocean ontstaat die zijn weerga niet kent. De capaciteit van de ICT-centrales zal op de proef gesteld worden.
Een ander gevolg van IoT is dat industriële automatisering en embedded software en kantoorautomatisering naar elkaar toe zullen groeien. Dat zijn nu nog gescheiden werelden, maar IoT gaat voor de koppeling zorgen. Vroeger (Before IoT) was de aansturing van een afvulmachine voor pindakaas een min of meer gesloten systeem met aan-uit-, regelknoppen en aflees-schermen of -bonnen en lampjes. In het IoT-tijdperk kan de aansturing van die machine via internet verlopen. En wel realtime, dus niet na een nachtje batch verwerking, maar hier en nu. Management-informatie en proces-informatie worden aan elkaar gekoppeld. Dat betekent nieuwe uitdagingen voor de ICT-afdeling, en vooral ook voor ERP-software die niet op stuks-informatie is ingericht.
De toepassings-mogelijkheden zijn legio: van slimme meters in huis en sensoren op de olie-terminal tot en met de beheersing van medicatie-toediening in zorgprocessen (zie video) en het voorkomen dat tanks, trucks en jeeps zoek raken onderweg van Pakistan naar Afghanistan. Het gaat bij Internet of Things altijd om de beheersing van processen. Vaak met heel veel objecten. Desgewenst realtime.
The Internet of Things: So What?
The Internet of Things is al net zo’n intrigerend begrip als Cloud Computing was. Hoe kan dat nou, is de eerste gedachte. Dingen via internet? Computerfaciliteiten in de wolken? Inmiddels weten we dat met Cloud Computing gewoon bedoeld wordt dat via internet geheugen- en rekencapaciteit en software op een andere locatie gebruikt wordt. User interfaces kunnen dan kleiner en dunner. Het echte werk gebeurt immers elders. Meestal zijn we er via een kabel en een stukje door de lucht (wifi) mee verbonden. Het is duidelijker om in plaats van Cloud Computing de term Internet Computing te gebruiken.
Zou dat met Internet of Things ook zo simpel zijn? Eigenlijk wel. Internet of Things of IoT staat voor de beheersing van objecten, meestal bewegend of in een dynamische omgeving via internet. Die objecten hoeven geen dingen te zijn, het kan ook gaan om mensen, dieren, vloeistoffen of gassen. Er zijn vele voorbeelden (bron: Emerce). Die objecten zijn via internet verbonden met een dataverzamelpunt. De verbinding komt tot stand op basis van een markeringen op of in het object. Dat kan een streepjescode zijn of een QR-code, maar ook een RFID-tag, een NFC-chip of een GPS-signaal. Aan de ontvangende kant zijn het sensoren of ontvangers, zoals barcodelezers, RFID-ontvangers, GSM-masten of satelieten, die het signaal oppikken en via internet doorgeven aan het dataverzamelpunt.
Maar dat bestaat dus eigenlijk al? Precies. Als de kassa van een supermarkt de barcode leest van een pot pindakaas en de winkel geeft direct via een internetverbinding aan het regionale magazijn door dat het de hoogste tijd is voor de aflevering van een nieuwe doos met potten pindakaas, dan is dat Internet of Things. Bestaat dus allang. Met IoT kun je dingen die voorzien zijn van bijvoorbeeld een actieve RFID-tag, een zendertje eigenlijk, opzoeken en volgen, ofwel tracking and tracing. Zie het EU-project TRACE. En als je dat kunt, dan kun je met die gegevens ook direct iets doen, bijvoorbeeld optellen of controleren en bewaren of archiveren. En daar kun je dan weer acties op laten volgen, zoals de aflevering de volgende dag van een doos met potten pindakaas. Of bezoekers aan de AutoRAI direct in contact brengen met andere bevriende bezoekers of zakelijke relaties die ook via GPS hebben laten weten dat ze er zijn. (Iets voor 2013 ?).
(wordt vervolgd)
418 ICT-afdelingen van 418 Gemeenten…..
Is de ICT van de gemeente Amsterdam anders dan die van Rotterdam, Den Haag of Utrecht?
Gemeenten in Nederland voeren allemaal dezelfde taken uit. Een heel pakket: van paspoorten en rijbewijzen uitdelen, politie en brandweer organiseren, via de uitvoering van bijstandsregelingen, GGD en thuiszorg tot en met grondzaken en woningbouw regelen, inzameling huisvuil, de plantsoenendienst, sportfaciliteiten onderhouden en nog veel meer. Dat hebben ze niet zelf bedacht, maar is gewoon vastgelegd in de Grondwet en in de Gemeentewet.
De ICT-ondersteuning, die de 418 Nederlandse gemeenten nodig hebben bij de uitvoering van deze taken, kan niet erg verschillend zijn. De bedrijfsprocessen en werkprocessen moeten op elkaar lijken, zo niet identiek zijn, net als de management-informatiebehoefte ……. tenzij iedere gemeente en iedere ICT-afdeling zijn eigen ding mag doen.
Nu is het wel zo dat de kleinste gemeente, Schiermonnikoog, nog geen 1000 inwoners telt, en de grootste gemeente, Amsterdam, een stuk of 780.000. Dat zal leiden tot verschillen in de benodigde ICT-constellatie. Laten we de 418 gemeenten indelen in drie clusters:
- 25 grotere gemeenten met meer dan 100.000 inwoners
- 180 middelgrote gemeenten met tussen de 25.000 en 100.000 inwoners
- 215 kleinere gemeenten met minder dan 25.000 inwoners.
Die 180 middelgrote gemeenten vormen de harde kern, daar wonen de meeste burgers. Dat zullen er alleen maar meer worden als gevolg van lopende gemeentelijke herindelingen, waarbij met name kleine gemeenten samengevoegd worden. Voor die middelgrote gemeenten moet een standaard ICT-configuratie (hardware, software en architectuur) bedacht worden: de Gemeente Standaard ICT (GESI).
De 215 kleinere gemeenten kunnen volgens mij qua ICT het beste op regionale basis samenwerken in ca 20 Shared Service Centra. Die SSC’s kunnen hun configuratie dan weer in grote lijnen baseren op de GESI. De 25 grotere gemeenten moeten ook GESI toepassen, tenzij er bijzondere redenen zijn om een andere oplossing te kiezen. Verder stel ik me voor alle gemeenten en SSC’s verplicht gebruik maken van een stuk of 4 landelijk verspreide gemeentelijke datacentra voor dataverwerking- en data-opslagcapaciteit. Met onderlinge uitwijk natuurlijk. Alle servers de deur uit!
Twee belangrijke voordelen: gemeentelijke kostenbesparing en landelijke kostenbeheersing. In 2010 zijn de softwarekosten van gemeenten met 25 procent toegenomen, blijkt uit de ICT Benchmark Gemeenten van adviesbureau M&I. Naar verwachting zullen de kosten ook de komende jaren zullen stijgen, omdat er bij veel gemeenten sprake is van een investeringsachterstand. Een tweede voordeel is dat de kosten en andere consequenties van beleidswijzigingen in de Haagse politiek ook voortaan beter in te schatten zijn en meegenomen kunnen worden in de besluitvorming.
KING, een adviesorgaan voor gemeenten, zit op eenzelfde lijn van standaardisatie en SSC’s. Er zijn al een Gemeentelijke Model Architectuur (GEMMA), Referentiemodellen voor Gemeentelijke Basisgegevens (RGBZ en RSGB) en een Standaard Uitwisselingsformaat (StUF). Veel denkwerk is al verricht blijkbaar. Nu doorpakken dus! Of redeneer ik te simpel?
Raad van State en Standaardisatie
Interessante afweging van voor- en nadelen van software standaardisatie bij de overheid. De Raad van State is weer teruggevallen op hun oude vertrouwde personeel- en salarisadministratiepakket Allshare. P-Direkt, de gemeenschappelijke dienst bij het Rijk voor de personeel- en slarisadministratie, voldeed niet voor de Raad van State, omdat aldus een woordvoerder: ‘de medewerkers behoren niet tot de typische ambtenaren die je op de ministeries tegenkomt en hebben een andere bijzondere rechtspositie.’ De Raad van State was overigens al in het jaarverslag van 2007 kritisch over P-Direkt. Het is dus de vraag of het hier gaat om een inhoudelijke afweging van voor- en nadelen of om een meer principiële grondhouding. Ik heb de Grondwet er even op nagekeken, maar de artikelen 73 tot en met 75 (over de Raad van State) lijken geen aanleiding te geven tot afwijking van standaardisatie .
Bron: Computable 1 feb 2011
IT Trend Time: Standaardisatie 2.0
It’s Trend Time! De IT trends voor 2011 of voor de periode tot 2015 vliegen ons weer om de oren. Tikje vermoeiend, maar ook interessant
Drie CIO’s: Pieter Schoehuijs (AkzoNobel), Arthur Govaert (Draka) en John Wittekamp (KPN) en interviewer Marco Gianotten voorspellen in Management Scope vier IT trends: Consumentisme, Standaardisatie 2.0, CyberSecurity en Intelligent global sourcing.
Over Standaardisatie 2.0 stellen zij o.m.: ‘Door procesketens van kop tot staart te herdefiniëren (van forecast tot het factureren van orders, of van werving tot het vertrek van werknemers) en alleen te kiezen voor applicaties die echt nodig zijn, kunnen portfolio’s van soms wel duizenden applicaties sterk worden gereduceerd.’ Zo.
Zie voor meer trends ReadWriteEnterprise:
- 3 analyst firms on the trends shaping the future of IT
Must See: Hatsune Miku
Het leven van popidolen kan een stuk eenvoudiger. Hatsune Miku is een Japanse ster. Zij treedt op in volle stadions met op de achtergrond haar band. Japan ligt aan haar voeten……
Maar Hatsune Miku bestaat dus niet echt, zij is geen robot, maar een projectie, een hologram. Hatsune is bedacht, maar kan zo’n projectie niet ook van Madonna, Marco Borsato, of…… van André Hazes? Met dank aan VINT (Sogeti)
Adapterleed
Het snoertje voor het opladen van je eigen PDA, de voeding voor de iPod, oplader voor de telefoon van je partner, de adapter voor de laptop, sigaretten-aansteker-oplader voor in de auto, die stekker voor de electriciteit in Engeland, het setje stekkertjes van de universele adapter, de oplader voor de digitale camera, de penlight-batterij-oplader…Een plastic zak met een onontwarbare kluwen van draden en stekkers is het resultaat.
Vakantiegangers, thuisblijvers en inkopers zouden de straat op moeten gaan om standaardisatie af te dwingen.
Bij deze standaardisatie gaat het onder meer om bronspanning (Volt), aansluitplug of oplaadinterface en het benodigde vermogen (Watt) voor de apparatuur. De bronspanning en bronstekkers verschillen (soms) per land en in ieder geval per locatie: 220 V en 115V (netstroom), 15V (vliegtuig), 12V (auto). Ook verschilt het benodigde vermogen per type apparaat (klein, groot). Groothandels, detailhandel en installateurs hebben grote belangen bij deze differentiatie, die immers veel omzet oplevert. Sceptici geloven dan ook dat de universele adapter er nooit zal komen.
Maar …verbetering is op komst, dankzij micro-usb. De GSM Association heeft in 2009 al samen met 17 telecom-aanbieders gekozen voor het micro-usb-stekkertje als norm voor de oplaadinterface. Ook andere kleine apparatuur, zoals digitale camera’s en MP3-spelers kunnen profiteren van deze standaardisatie. Het Institute of Electrical and Electronics Engineers pleit nu voor een universele norm voor laptopadapters en het schijnt dat Asus en Acer bereid zijn om mee te werken. Deze standaardisatie betekent niet alleen veel gebruiksgemak en minder reis-ellende, maar ook een enorme winst voor het milieu.
Telezorgen
Zorg-op-afstand of Telezorg is volop in ontwikkeling. TNO heeft aan de hand van 20 cases eind vorig jaar een onderzoek uitgevoerd naar het huidig gebruik van ICT-standaarden in de Telezorg. De conclusies zijn 1-op-1 te vertalen naar veel andere sectoren en toepassingsgebieden:
‘Het onderzoek laat zien dat er in de cases weinig gebruik wordt gemaakt van ict-standaarden. Het beperkte gebruik van standaarden heeft verzuiling voor de patiënt tot gevolg. Patiënten met meerdere aandoeningen krijgen te maken met meerdere applicaties met elk een eigen interface. Bovendien zorgt het beperkte gebruik van standaarden voor versnippering voor zorgverleners en ict-medewerkers in de zorg. Doordat verschillende telezorgsystemen moeilijk koppelbaar zijn ontbreekt een integraal beeld van de patiënt voor de zorgverlener. Tot slot bemoeilijkt het ict-medewerkers om het ict-landschap van hun zorgorganisatie in te richten.’
Bron: www.zorgmarkt.net
You are currently browsing the archives for the Standaardisatie category.
Page optimized by WP Minify WordPress Plugin

