IT SIMPLIFICATION

over vereenvoudiging van ict in organisaties

Flower

TCO: Total Cost of Ongemak

Dat klinkt onaardig, maar zo is het niet bedoeld. De afkorting TCO wordt te pas en te onpas gebruikt voor de totale kosten van ICT van een organisatie. Het is populair ICT-jargon. Maar het oorspronkelijke concept van TCO wordt zelden consequent gehanteerd. Te ingewikkeld. Total Cost of Ownership is bedacht door de Gartner Group in de vorige eeuw om ook de kosten van ongemak voor gebruikers, bijvoorbeeld wachttijd (downtime) en opleidingsuren, en de indirecte kosten als doorbelastingen van andere afdelingen (financiën, personeelszaken, facilitair e.d.)  mee te nemen in de totale ICT-kosten van een organisatie. Het bijzondere van het TCO-concept zit dus juist in die indirecte gebruikers- en organisatiekosten.

Total Cost of Ownership

Interessant concept, leuk plaatje, maar een brug te ver. Want veel organisaties weten vandaag de dag helemaal niet hoeveel men jaarlijks aan ICT uitgeeft: gewoon aan out-of-pocket kosten en afschrijvingen. Dat lijkt mij nog steeds een onmisbaar kengetal.

En ondertussen is TCO alweer ingehaald door methodieken om de toegevoegde waarde van ICT te berekenen. Het gaat immers om de bijdrage van ICT aan het bedrijfsresultaat. Terecht punt, maar nog moeilijker.  Dus eerst maar eens even die gewone jaarlijkse ICT-kosten inventariseren. En die dan ook zo noemen, en niet TCO, want dan zouden we nu ook de kosten van ‘digital distraction’ (spelen met PDA, Twitter, Facebook, LinkedIn, etc) mee moeten nemen. Dan doet zich de vraag voor: is dat nou gemak of ongemak? Maar laten we bij het begin beginnen.

One Response to “TCO: Total Cost of Ongemak”

  1. March 10th, 2011 at 15:04

    Tjalling Beets says:

    Heerlijk als mensen zeggen wat iedereen al weet.

    Het is natuurlijk meer dan genant dat we – de ICT’ers – te vaak, al jaren in het hoofd in het financiele zand stoppen. We weten van de vele miljarden die we met zijn allen uitgeven dus eigenlijk niet waarom we het uitgeven en zijn alleen in staat om er een schatting van te geven hoeveel het is door de omzetten van de leveranciers bij elkaar op te tellen. En dat is dan dus nog lang niet alles.

    We weten of vermoeden dat het eigenlijk helemaal niet zo ingewikkeld is om de ‘onze’ ICT kosten in beeld te brengen en te beheersen. Werkelijke kosten binnen 2% of max. 5% van de begroting vraagt echt niet meer dan de overtuiging dat het nodig is / moet, gezond verstand en zeker geen rocket science.

    Voor de goede orde, dit is geen sprookje of wensdenken maar praktijk ervaring.
    Kom bijv. eens naar de werkgroep GSE-costmanagement.

Leave a Reply

Innovatie in 1987

Leave a Reply

Paar auto’s afleveren

 

Leave a Reply

Stemmen: gewoon thuis of onderweg

Stel dat je nu zou kunnen gaan naar www.provincialestatenverkiezingen2011.nl.

Een aantrekkelijke homepage verleidt je om door te klikken naar onderwerpen als ‘Je eigen provincie’, ‘Provinciale Staten en Eerste Kamer’, ‘Wat doet een provincie eigenlijk? e.d.  Prominent op de homepage: de STEM!-button. Je klikt er nieuwsgierig op en krijgt onmiddellijk de mededeling ‘ Sorry, stemmen kan alleen op woensdag 2 maart 2011′. Zou dat niet gewoon moeten kunnen? Dat je op 2 maart ‘s nachts, in de vroege ochtend, tijdens de lunch of om 5 voor 24.00 uur via internet je stem kunt uitbrengen? Dat die website je een overzicht biedt van alle programma’s van de deelnemende partijen, inclusief een vergelijkend overzicht per thema. Heldere profielen met foto’s van de kandidaten per partij. Een overzicht van de thema’s die in de afgelopen periode in jouw provincie actueel waren, met links naar relevante nota’s en moties en het stemgedrag van de verschillende partijen.

Natuurlijk heb je dan voor dat stemmen wel een DigiD nodig, net als bij het invullen en opsturen van belastingaangiften via de website van de Belastingdienst. Of misschien is samenwerking met de banken mogelijk waardoor het ook met behulp van een pinpas en chipper of andere digitale identificatiemethode kan. En waarom eigenlijk niet stemmen vanaf je mobiel? Zodat je ook vanuit de trein gebruik kunt maken van je stemrecht.  Bij Rabo of ING kun je vanaf een mobiele telefoon het saldo van een bankrekening checken en duizenden Euro’s overmaken naar weet-ik-wie. Dan kan het vertrouwelijk uitbrengen van een stem in het kader van landelijke, provinciale of gemeentelijke verkiezingen toch niet moeilijk zijn? Wat zou het effect zijn op de opkomst? Ik weet het wel.

5 Responses to “Stemmen: gewoon thuis of onderweg”

  1. March 1st, 2011 at 10:18

    Jos de Groot says:

    Tja, verbaas me hier ook al jaren over waarom dit niet mogelijk is. Volgens mij de juiste manier om de opkomst percentages omhoog te krijgen.

  2. March 1st, 2011 at 14:34

    Toon van Roemburg says:

    Heerlijk lijkt me dat en het opkomstpercentage zal zeker stijgen.
    Maar … als een stemcomputer niet fraude bestendig is te krijgen, dan zal ook dit wel op allerlei manieren te tackelen zijn.
    Toch nog een twijfel op het laatste moment: welke partijen zullen het meeste voordeel hebben bij het hogere opkomstpercentage bij deze andere mogelijkheid om te stemmen?

  3. March 1st, 2011 at 17:45

    Fred Vermeulen says:

    Ik zeg doen !

  4. March 2nd, 2011 at 14:51

    Jos de Groot says:

    Misschien moeten ze het onderzoek in bijgevoegde link uit 2007 nog eens over doen. Zelf ben ik het niet eens met deze conclusie.

    http://www.nu.nl/internet/942313/geen-hogere-opkomst-door-online-stemmen.html

  5. March 7th, 2011 at 16:57

    Okke Breilip says:

    Het nadeel is dat je dan volgbaar bent, alles op internet blijft bestaan. Mochten we ooit een (PVV)regering krijgen die helemaal een hekel heeft aan burgers zijn we mooi de sigaar.

Leave a Reply

Limburg: bezoek 11 andere Provincies!

De Provincie Limburg heeft een groot probleem met informatievoorziening. Een belangrijk project (Aristoteles) is mislukt en de schade is inmiddels opgelopen tot 2,5 miljoen euro. De provincie heeft nu besloten om een strategisch informatieplan op te stellen. Dat is sowieso een goed idee. Misschien is het ook een idee om eens bij de 11 andere provincies langs te gaan en te vragen hoe zij het doen, die ICT.

Je zou namelijk denken dat die andere 11 provincies ongeveer dezelfde taken uitvoeren als de provincie Limburg.ICT project Aristoteles Limburg

Wat doen provincies eigenlijk? De belangrijkste provinciale taken zijn ruimtelijke ordening (structuurvisies),   milieu (o.m. schoonmaak vanverontreinigde terreinen, afspraken om stank en luchtvervuiling te beperken), waterbeheer (bevaarbaarheid rivieren, sloten en plassen, gezond zwemwater en afvalwaterzuivering van huishoudens en fabrieken), aanleg en onderhoud van wegen en bruggen, bevordering van economische ontwikkeling en werkgelegenheid (lobby bij overheid en vooral EU), behoud van waardevolle landschappen, welzijn (geestelijke gezondheidszorg, bibliotheekwerk, toezicht op verzorgings- en verpleeghuizen), bevorderen cultuur, recreatie en sportbeoefening en toezicht op gemeenten (vooral financieel) en toezicht op de waterschappen.

Dat klinkt naar: veel bevorderen van, toezicht op, samenwerking met, visie ontwikkelen op, behoud van e.d. Vooral een regisserende rol dus. Weinig omvangrijke transactionele processen, met uitzondering misschien van subsidieverlening en vergunningenbeheer.  Je zou denken dat het vooral om kantoorautomatisering gaat voor de ruim 900 medewerkers. Of is het ingewikkelder….??

One Response to “Limburg: bezoek 11 andere Provincies!”

  1. April 5th, 2011 at 19:40

    IT SIMPLIFICATION » Blog Archive » EGD: Eigen Gezondheid Dossier says:

    [...] en andere zorgverleners dit nu regionaal laten aanpakken. Dat doet denken aan 418 gemeenten en 12 provincies ………Tags: data, gebruiker, grondhouding, privacy This entry was posted on Tuesday, [...]

Leave a Reply

ICT en Electriciteitcentrales

Vroeger……. stonden veel fabrieken naast beken en rivieren. Een schoepenrad in het snelstromende water zorgde voor de aandrijving van machines. De stoommachine maakte het al rond 1800 mogelijk om fabrieken door te laten draaien, onafhankelijk van water-, wind- of paardenkracht. Business continuity. Maar nog steeds had iedere fabriek zijn eigen krachtcentrale. Pas aan het einde van de 19de eeuw kon men de energie van stoommachines of -turbines omzetten in elektriciteit en verspreiden via een wisselstroom-netwerk.  In gebieden met veel industrie werd het efficiënter en veiliger om gezamenlijk een stroomgenerator te bouwen en die te verbinden met de individuele fabrieken. De geboorte van de elektriciteitscentrale.

Nicholas Carr IT Simplification

Zo zal het ook gaan met ICT. Veel bedrijven hebben nog een eigen computerruimte met een verzameling servers (file-, mail-, web-, database-, applicatie-, proxy-, etc.-servers), soms een oude telefooncentrale, veel bekabeling, een ingewikkeld koelsysteem en een blusinstallatie. Maar langzaam maar zeker snappen we wat dat mysterieuze ‘Cloud Computing’ betekent. Cloud = Internet. Dus als je cloud computing gebruikt dan gebruik je het internet voor rekencapaciteit en voor data opslag. Niet meer in-house, maar gewoon via internet ergens anders. Niet in de lucht. De afgelopen decennia gebruikten we deze servers op andere locaties vooral om data op te slaan. Zodoende noemen we die centrales met servers nog steeds Datacenters. Dat is een vergissing: het zijn ICT-centrales.

Het is altijd eng om eerste levensbehoeften aan anderen over te laten. Maar zoals de moestuin er alleen nog is voor de liefhebbers, zo zal ook de computer (met rekencapaciteit en gegevensopslag) het pand verlaten. Een diepvriesje met wat reservegroente is soms handig. En bedrijven en organisaties, zoals ziekenhuizen, die nu een noodaggregaat hebben voor het geval de electriciteit uitvalt, zullen ook noodcomputer-faciliteiten in huis houden, maar dit zijn de uitzonderingen.

Nicholas Carr, de man van ‘Does IT Matter?’ (blijft een briljante titel) schreef in 2008 ‘The Big Switch’ over deze parallel tussen ICT en elektriciteit. Op 2 maart 2011 spreekt hij in Amsterdam bij het John Adams Institute. Hij is verguisd en geprezen. Carr is een uitdager. Zijn lezing zal waarschijnlijk vooral gaan over zijn nieuwe boek ‘The Shallows’ over de toenemende oppervlakkigheid in de internet-maatschappij.

Leave a Reply

Inspiratie voor Gebruiksaanwijzingen

 

 

Leave a Reply

IKEA truc?

 

 

Leave a Reply

418 ICT-afdelingen van 418 Gemeenten…..

Is de ICT van de gemeente Amsterdam anders dan die van Rotterdam, Den Haag of Utrecht?

Gemeenten in Nederland voeren allemaal dezelfde taken uit. Een heel pakket: van paspoorten en rijbewijzen uitdelen, politie en  brandweer organiseren, via de uitvoering van bijstandsregelingen, GGD en  thuiszorg tot en met grondzaken en woningbouw regelen, inzameling huisvuil, de plantsoenendienst, sportfaciliteiten onderhouden en nog veel meer. Dat hebben ze niet zelf bedacht, maar is gewoon vastgelegd in de Grondwet en in de Gemeentewet.

De ICT-ondersteuning, die de 418 Nederlandse gemeenten nodig hebben bij de uitvoering van deze taken, kan niet erg verschillend zijn. De bedrijfsprocessen en werkprocessen moeten op elkaar lijken, zo niet identiek zijn, net als de management-informatiebehoefte ……. tenzij iedere gemeente en iedere ICT-afdeling zijn eigen ding mag doen.

Nu is het wel zo dat de kleinste gemeente, Schiermonnikoog, nog geen 1000 inwoners telt, en de grootste gemeente, Amsterdam, een stuk of 780.000. Dat zal leiden tot verschillen in de benodigde ICT-constellatie. Laten we de 418 gemeenten indelen in drie clusters:

- 25 grotere gemeenten met meer dan 100.000 inwoners

- 180 middelgrote gemeenten met tussen de 25.000 en 100.000 inwoners

- 215 kleinere gemeenten met minder dan 25.000 inwoners.

Die 180 middelgrote gemeenten vormen de harde kern, daar wonen de meeste burgers. Dat zullen er alleen maar meer worden als gevolg van lopende gemeentelijke herindelingen, waarbij met name kleine gemeenten samengevoegd worden. Voor die middelgrote gemeenten moet een standaard ICT-configuratie (hardware, software en architectuur) bedacht worden: de Gemeente Standaard ICT (GESI).

De 215 kleinere gemeenten kunnen volgens mij qua ICT het beste op regionale basis samenwerken in ca 20 Shared Service Centra.  Die SSC’s kunnen hun configuratie dan weer in grote lijnen baseren op de GESI. De 25 grotere gemeenten moeten ook GESI toepassen, tenzij er bijzondere redenen zijn om een andere oplossing te kiezen. Verder stel ik me voor alle gemeenten en SSC’s verplicht gebruik maken van een stuk of 4 landelijk verspreide gemeentelijke datacentra voor dataverwerking- en data-opslagcapaciteit. Met onderlinge uitwijk natuurlijk. Alle servers de deur uit!

Twee belangrijke voordelen: gemeentelijke kostenbesparing en landelijke kostenbeheersing. In 2010 zijn de softwarekosten van gemeenten met 25 procent toegenomen, blijkt uit de ICT Benchmark Gemeenten van adviesbureau M&I. Naar verwachting zullen de kosten ook de komende jaren zullen stijgen, omdat er bij veel gemeenten sprake is van een investeringsachterstand. Een tweede voordeel is dat de kosten en andere consequenties van beleidswijzigingen in de Haagse politiek ook voortaan beter in te schatten zijn en meegenomen kunnen worden in de besluitvorming.

KING, een adviesorgaan voor gemeenten, zit op eenzelfde lijn van standaardisatie en SSC’s. Er zijn al een Gemeentelijke Model Architectuur (GEMMA), Referentiemodellen voor Gemeentelijke Basisgegevens (RGBZ en RSGB) en een Standaard Uitwisselingsformaat (StUF). Veel denkwerk is al verricht blijkbaar. Nu doorpakken dus! Of redeneer ik te simpel?

8 Responses to “418 ICT-afdelingen van 418 Gemeenten…..”

  1. February 16th, 2011 at 21:40

    Mendel Koerts says:

    Als betaler van aanzienlijke gemeentelijke belasting verwacht ik wel dat die dan omlaag kunnen…! Zie ook mijn bescheiden bijdrage op dit vlak van vorig jaar:

    http://www.computable.nl/artikel/ict_topics/overheid/3590234/1277202/nederlandse-itceos-willen-niet-besparen.html

    - Mendel

  2. February 17th, 2011 at 08:24

    Fred Janssen says:

    Een mooi streven, ware het niet dat er bij 418 gemeenten even zovele verschillende culturen heersen. Ook op zeer regionaal niveau waar men geprobeerd heeft samen te werken (zelf zonder allerlei systemen gelijk samen te voegen) mislukken dit soort projecten.

    Helaas, moet ik zeggen, want er zou veel geld bespaard kunnen worden. Ik ken persoonlijk alleen de BEL-combinatie (Blaricum, Eemnes en Laren) waar dit gelukt is. Op b.v. Voorne-Putten is het mislukt.

    In Nederland staat iedereen graag z’n eigen uniciteit voor. Lees: We hebben een enorm ego. Dat is moeilijk combineren.

    Overigens geldt het zelfde in de gezondheidszorg; ook daar zou verregaande samenwerking op het gebied van IT tot grote besparingen kunnen leiden. Zorg = zorg tenslotte. Nou ja, bijna dan.

  3. February 18th, 2011 at 12:03

    Tom Pots says:

    Ik vind het een uitstekend idee, maar op basis van mijn ervaring met samenwerking ook bijzonder onhaalbaar op dit moment. In het verleden is keer op keer gebleken dat intergemeentelijke of -provinciale samenwerking niet gerealiseerd wordt door het van ‘bovenaf’ op te leggen. Samenwerking ontstaat vooral omdat de noodzaak hoog is, de belangrijkste betrokkenen het goed met elkaar kunnen vinden en een nauwkeurige en kwalitatief hoogwaardige aanpak is vormgegeven.

    Een goede manier om het succes van een samenwerkingsverband te toetsen is door middel van het samenwerkingsmodel. Aan de hand van het ‘samenwerkingsmodel’ zijn de deelnemers in staat om te toetsen in hoeverre de samenwerking kans van slagen heeft of succesvol is.
    De toetsingscriteria zijn:

    - “Wil”: de intrinsieke motivatie van de sleutelspelers om te kiezen voor de samenwerking. Dat wil zeggen dat de deelnemers de wil hebben om de samenwerking juist met deze groep deelnemers te realiseren.

    - “Nut & Noodzaak”: het voordeel en de dringende redenen van de afzonderlijke deelnemers om te kiezen voor de samenwerking. Overeenstemming in de prioritering van de winstpunten en dwingende noodzaak bepalen in belangrijke mate waarin de deelnemers bereid zijn om zeggenschap en onafhankelijkheid op te geven voor invloed en voordeel.

    - “Geloofwaardigheid”: de vorm, de kwaliteit en de omvang waarin de samenwerking tot stand komt is zakelijk overtuigend en geloofwaardig. Dat betekent dat de samenwerking voldoet aan het criterium geloofwaardigheid als hiermee de bij “Nut & Noodzaak” geformuleerde doelstellingen worden gerealiseerd en als de samenwerking realiseerbaar is.

    - “Commitment”: de sleutelspelers zijn overtuigd van de samenwerking en dragen dit ook uit. Hiermee bedoel ik niet alleen vertrouwen en betrokkenheid tussen de deelnemers, maar ook dat de belangrijkste sleutelspelers bereid zijn een actieve bijdrage te leveren die wederzijdse verplichtingen met zich meebrengt.

    Als één van de criteria niet goed ingevuld is dan is de kans groot dat succes uit zal blijven. Het samenwerkingsmodel is zeer bruikbaar bij het realiseren, heroverwegen of toetsen van samenwerkingsverbanden. Het gaat bij het organiseren of toetsen van samenwerking dus om een combinatie van “zachte” elementen als wil, bereidheid en commitment tot samenwerking en “harde” elementen als zakelijke noodzaak, geloofwaardige vorm en kwantiteit en kwaliteit van de samenwerking. De zachte en harde elementen bepalen de kracht, duurzaamheid en het uiteindelijke succes van het samenwerkingverband.

    Het is bijzonder interessant om met behulp van de samenwerkingscriteria te onderzoeken of een grote regionale ICT SSC kans van slagen heeft!

  4. February 19th, 2011 at 11:10

    Wim Engels says:

    Helder verhaal Tom. Interessant onderscheid tussen Wil, Nut en noodzaak, Geloofwaardigheid en Commitment. Persoonlijk vind ik het onderscheid tussen bepaalde factoren subtiel. Wil moet leiden tot Commitment, lijkt mij. En Nut en noodzaak lijkt iets heel anders dan Geloofwaardigheid, maar als het gaat om zakelijke geloofwaardigheid en dan ligt het weer dichtbij elkaar. Neemt niet weg dat in een proces op weg naar samenwerking toetsing met behulp van deze begrippen zeker zinvol zal zijn.
    Fundamenteler is het verschil tussen standaardisatie en samenwerking. Het gaat mij primair om meer standaardisatie van ICT in gemeentenland. Daarmee wordt ICT een ‘saaier’ onderwerp. Samenwerking lijkt mij dan gemakkelijker te realiseren aangezien er minder onderscheidend vermogen mee gemoeid is.

  5. March 15th, 2011 at 10:35

    Bart says:

    De geschiedenis herhaalt zich?

    Tot ±1990 hadden we het Cevan, CON, CIOB, GCEI etc. allemaal centrale rekencentra voor de gemeenten. Dat moest zo nodig weg, want de toen ruim 500 gemeenten konden het goedkoper zelf; dat hebben we gezien…..
    Het kan zo terug. Een paar of 1 cloud voor de gemeenten waar alles slimmer en energiezuinig samenwerkt is anno vandaag technisch eenvoudig te realiseren. Maar ja, wat Tom zegt is het grootste probleem.

  6. April 5th, 2011 at 19:29

    IT SIMPLIFICATION » Blog Archive » EGD: Eigen Gezondheid Dossier says:

    [...] we gaan ziekenhuizen en andere zorgverleners dit nu regionaal laten aanpakken. Dat doet denken aan 418 gemeenten en 12 provincies ………Tags: data, gebruiker, grondhouding, privacy This entry was [...]

  7. April 20th, 2011 at 15:30

    Jeroen van der Hulst says:

    Achter de hier gepresenteerde opvattingen zit wel een wereldbeeld van de maakbare samenleving en we zien dat de samenlevingen die hebben geexperimenteerd met centrale uniforme inrichting van het overheidsapparaat, daar al weer geruime tijd op zijn terug gekomen..
    Iedere keer dat deze ‘alle gemeenten zijn gelijk’ stelling naar voren komt denk ik: alle bakkers doen ook hetzelfde, moeten ze nu allemaal dezelfde oven gebruiken? Of anders gezegd, er is ook nog zoiets als marktwerking en de broodnodige innovatie die daarmee gepaard gaat.
    (Ben blij dat de toenmalige verstarde en dure rekencentra zijn opgeheven!)

    Er zijn twee invalshoeken van belang om als gemeenten beter te profiteren van schaalvergroting en dingen samen doen: (1) gebruik van de mogelijkheden die de cloud biedt/gaat bieden; hiermee wordt IT voor algemeen gebruik (en die niet organisatie specifiek is)efficient toegankelijk en (2)niet naar de gemeente als geheel kijken, maar naar de verschillende taakvelden (Werk en inkomen, Omgeving, Burgerzaken etc. etc.). Dan zie je al een grote mate van standaardisatie en gemeenschappelijke toepassingen waar op voortgebouwd kan worden. Digitaal klantdossier, Omgevingsloket online en modernisering GBA zijn hiervan voorbeelden.

  8. April 20th, 2011 at 21:50

    Ronald van Eerten says:

    Wat we nog steeds ontberen is een neutrale bedrijfskundig c.q. bedrijfseconomisch model van een gemeentelijke organisatie. Daarin zitten alle courante taken (uiteraard de wettelijk voorgeschreven en de zeker wenselijke taken. Een model die de kengetallen opleverd op basis waarvan je keuzes kunt maken. Een basis gemeentelijke organisatie. Vervolgens ga je wat varianten uitwerken. Bijvoorbeeld de meest minimale organisatie die denkbaar is en, veel moeilijker, de meest uitgebreide. Een van de voordelen is dat je niet vastloopt in eindelijke voorbeelden, net niet vergelijkbare situaties, beperkende denkramen (een concrete bestaande gemeentelijke organisatie) Dan kan de discussies diepgang krijgen en enorm winnen aan feitelijkheid. Zolang een redelijke mate van objectivering c.q. modellering niet wordt gedaan blijft het een discours van meningen.

Leave a Reply

Suitemates: Lachen over ERP

Relativeren is een prima manier om te vereenvoudigen:

De homepage met trailer is ook de moeite waard.

Leave a Reply

Page optimized by WP Minify WordPress Plugin