Posts Tagged ‘functionaliteiten’
Wat zijn Apps?
Domme vraag! Zo dom dat de organisatoren van het Sogeti VINT Symposium 2011 ‘The App Effect’ vorige week, mij niet echt serieus namen. Dat gebeurt vaker met domme vragen. Misschien had ik de vraag moeten twitteren met #vint in plaats van Menno van Doorn en Michiel Boreel direct aan te spreken.
Maar wat zijn apps nou eigenlijk? Is een app een api? Zijn apps hetzelfde als applets? Hebben apps iets te maken met Apple? wat is eigenlijk het verschil tussen een app en een widget. Of is het een plugin? Of zijn apps gewoon applications? The Holy Wikipedia gaat voor de laatste, eenvoudige oplossing. Wikipedia Nederlands meldt dat app een afkorting is voor Afrikaanse paardenpest en een korte aanduiding is voor een computerprogramma, een Applicatie. Wikipedia English zegt dat app gewoon short is voor application software.
Ging dat congres in Bussum nou de hele dag over ‘Het Software Effect’? Nee, dat zou niet erg eigentijds geweest zijn. Software is er al wat langer. Het VINT Symposium ging over de rijkdom aan informatie en communicatie-faciliteiten van vandaag en morgen. Heel veel trends uit het dagelijks en minder dagelijks leven passeerden de revue: Facebook currency, 3D-printing, een simpele credit card add on voor smartphones, Angry Birds, Glassdoor.com (working day assessment), Kickstarter, Flipboard, Instagram, Drinkspiration, en nog veel meer. Het congres ging weinig over de effecten van deze trends op het bedrijfsleven, maar wel nadrukkelijk ook over de (negatieve) effecten van die informatie overload op de mens. Nicholas Carr was er zelf niet, maar inhoudelijk wel. Interessante dag, al met al.
Maar nu terug naar die domme vraag. Volgens mij is een app klein en cloud based. Het is een computerprogramma-tje, een klein stukje software dus, dat via internet verkrijgbaar is en gebruik maakt van data en rekencapaciteit via internet. Apps zijn gemaakt voor gebruik op telefoons of tablets met internet, mobiele user interfaces dus. Apps zijn verkrijgbaar via de Android Marketplace of de Apple App Store. Vaak gratis, vaak heel goedkoop (minder dan een dollar of een Euro) en heel soms een serieuze aankoop. Soms is een app niet veel meer dan een link naar een populaire website met een interface voor mobiel of tablet. Maar, en dat is verwarrend, er zijn ook grotere apps, zoals Tomtom via de App Store verkrijgbaar. Die is niet echt klein te noemen, maar als uitzondering te beschouwen. Ik heb inmiddels een nieuw artikel aangemaakt op Wikipedia en ben benieuwd naar de aanpassingen in de komende weken.
Wat is het App Effect? De overload aan informatie en communicatie in het dagelijks leven is niet het gevolg van die kleine computerprogramma-tjes, maar het gevolg van het feit dat onze telefoons massaal met internet verbonden zijn. Dat App Effect van Sogeti is dus een gevolg van mobiel internet. Apple-addicts denken dat het alleen om iPhones en iPads gaat, maar anderen weten wel beter. Het congres had dus moeten heten ‘The Mobile Internet Effect’. Dat had de lading beter gedekt, maar klinkt minder sexy, want apps zijn wel hot. Misschien een idee voor de ondertitel van het boek dat er nog aan komt.
Het was overigens een prima en inspirerend congres, dus verder alle lof voor Sogeti. Wat mij betreft waren de bijdragen van Gerd Leonhard en Sander Duivestein het meest interessant. De CEO van Vodafone Nederland Jens Schulte-Bockum werd pas uitgejoeld toe hij al weg was, dankzij de onbevangen presentatie van de 24-jarige Alexander DWDD Koeppling. Heel prettig ook, hilarisch soms, was de uitsmijter van de dag, Maarten van Rossum, die optrad met een gebroken vinger, veroorzaakt door een happ van een ezel in Zuid-Frankrijk…..
Ontrafelen
Roger Sessions ziet kansen. Hij heeft uitgerekend dat wij wereldwijd per maand zo’n 500 miljard USD kwijt raken aan IT-falen. Dat biedt mogelijkheden. Sessions, een expert op het gebied van IT-architectuur, is er van overtuigd dat complexiteit de boosdoener is. Hij onderscheidt zes oorzaken van complexiteit in IT:
- Teveel onderdelen of functionaliteiten samengevoegd in 1 systeem ofwel onvoldoende opdeling (decompositie); er zijn teveel interne onderlinge afhankelijkheden tussen onderdelen; die zijn vaak geleidelijk ontstaan door toevoegingen aan het systeem in de loop der tijd. Vraagt om opdelen.
- Teveel kleine onafhankelijke systemen naast elkaar waardoor de onderlinge coordinatie (communicatie) problemen veroorzaakt. Onvoldoende samenvoeging (recompositie) noemt Sessions dit fenomeen dat gemakkelijk kan ontstaan in een Service Oriented Architecture (SOA) wanneer services te smal gedefinieerd worden.
- Verkeerde opdeling (partitioning failure) kan plaatsvinden wanneer een systeem is opgedeeld in subsystemen, waarbij een onderdeel (data of functionaliteit) is toegewezen aan twee of meer sub-systemen of een onderdeel niet is toegewezen, maar aan de aandacht is ontsnapt.
- Functies moeten worden samengevoegd in 1 subsysteem wanneer het gebruik van de ene functie vrijwel altijd ook het gebruik van de andere functie impliceert. Wanneer functies zijn samengevoegd die niet bij elkaar horen, waardoor een complexe opeenhoping (of kluwen) is ontstaan, spreekt Sessions van verkeerde samenvoeging (synergistic failures).
- Wanneer subsystemen onvoldoende duidelijk van elkaar gescheiden zijn ontstaan afbakenings-problemen. Dit kan voorkomen wanneer subsystemen bijvoorbeeld een gemeenschappelijke database gebruiken.
- Een laatste veel voorkomende oorzaak voor complexiteit zijn volgens Sessions overbodigheden. Onnodige functionaliteit ontstaat meestal door een verkeerde analyse van de business requirements.
Bron: The Six Faces of IT Complexity – Roger Sessions (The ObjectWatch Newsletter, August 2008)
Functiepuntanalyse (FPA)
Complexiteit is een kwestie van te veel of te moeilijk, aldus Hans Fugers, ‘down-to-earth’ ICT’er en mede-auteur van het Sogeti-boek met de prachtige titel ‘Dansen met de Business’.
Te veel en te moeilijk zijn natuurlijk beide nogal subjectieve begrippen, maar voor het bepalen van de omvang van informatiesystemen is een (min of meer) objectieve methode ontwikkeld: de functiepuntanalyse (FPA). Het meten gebeurt op basis van de relevante functies voor de gebruikers en de bijbehorende gegevensverzamelingen. Daarmee is meteen een belangrijk voordeel van de methode genoemd: de klant is koning. Immers de functionaliteiten zoals die door gebruikers gevraagd zijn staan centraal. Het tellen van functiepunten vindt plaats op basis van standaard telrichtlijnen van Nederlandse origine (NESMA) of op basis van internationale richtlijnen (IFPUG). De FPA is sinds 2003 erkend als ISO-standaard. Hoeveel functionaliteiten een informatiesysteem omvat kan hiermee gemeten worden en ook kunnen informatiesystemen onderling vergeleken worden. Te veel komt daarmee ook in beeld. Het aantal functiepunten kan namelijk gekoppeld worden aan de benodigde programmeertijd. Op basis van internationaal onderzoek en uitwisseling van gegevens zijn productiviteitscijfers verzameld, zodat duidelijk wordt hoeveel uur nodig is om een bepaald aantal functiepunten te realiseren. Daarmee wordt de functiepuntanalyse ook een voorspellende factor voor het welslagen van projecten. Het risico van mislukking is immers groter bij omvangrijke ICT-projecten dan bij kleinere (of opgedeelde) ICT-projecten. Cruciale vraag is of een kritische grens voor de omvang van ICT-projecten aangegeven kan worden op basis van (wetenschappelijk) onderzoek.
KISS
‘Keep It Simple, Stupid!’ is volgens velen de betekenis van het KISS-principe. Anderen houden het op ‘Keep It Short and Simple’. KISS is een uitgangspunt voor ontwerpers van software, hardware, tekenfilms, apparaten, displays etc.
Het vermijden van overbodigheden is moeilijk voor ontwerpers omdat zij vaak last hebben van ‘function creep’ en of ’feature creep’. Nieuwe mogelijkheden sluipen in systemen en apparaten. Als iets kan, dan is het eng om het weg te laten. Misschien heeft de gebruiker er wel behoefte aan. Of gaat die behoefte vanzelf ontstaan. Of misschien gaat anders een concurrent met de primeur aan de haal. Albert Einsteins uitspraak ‘everything should be made as simple as possible, but no simpler’ is een nobel streven, maar in de uitvoering moeilijk. De uiteindelijke gebruiker is natuurlijk de ultieme toetssteen. Lastig dat er vaak verschillende gebruikers zijn, maar toch is de psychologie van de gebruiker een belangrijk uitgangspunt: ‘wat is de werkelijke behoefte?’ Verschillende modellen voor verschillende clusters van gebruikers zijn dan een logisch gevolg als het bijvoorbeeld om consumenten-electronica gaat. Bron: Bright 14 februari 2009, Mattijs van der Pol
Page optimized by WP Minify WordPress Plugin

