IT SIMPLIFICATION

over vereenvoudiging van ict in organisaties

Flower

Posts Tagged ‘grondhouding’

Gezocht: Gevoelsmens als CIO

U kent natuurlijk Odgers Berndtson.

OB is een executive search bureau met 210 partners, 46 kantoren in 27 landen wereldwijd en USD 245 mln omzet in 2010. In Nederland nr 3 onder de headhunters en wereldwijd dus ook een top-10 speler.

OB heeft een CIO practice in Londen. Caroline Sands en Alan Mumby van dit kantoor hebben de  zes eigenschappen op een rijtje gezet die bovenaan het verlanglijstje staan bij CIO-search-opdrachten. De Engelstalige omschrijvingen spreken voor zich:

*  Emotional Intelligence

*  Calm under Fire

*  A tendency to Action

*  Global perspective and cultural sensitivity

*  Well developed commercial instinct

*  No inherent interest in IT – just what it can do

Vooral het laatste punt springt er uit: No inherent interest in IT! In de Nederlandse vertaling op www.cio.nl heeft men zich beperkt tot ‘Verstand van wat IT kan doen’. Dat klinkt al heel anders. Al met al toch een interessant lijstje van OB met een stevig accent op sociale vaardigheden. Wellicht nuttig voor sollicitanten om zich te spiegelen aan de ADO-voetballer Wesley Verhoek, een gevoelsman bij uitstek. Zie zijn voorbeeldige en heldere interview met de NOS.

Talent = Eenvoud

YouTube Preview Image

Zelforganisatie in de Zorg

Buurtzorg Nederland: ‘Back to Basics’ Interview met Jos de Blok op Managementsite.nl

E-mail Geruzie: 7 oorzaken en 1 oplossing

Communicatie is moeilijk. Mensen hebben nou eenmaal last van slecht kunnen luisteren, vooringenomenheden, een matig geheugen, onhandig woordgebruik, wisselend humeur, etc. In de media-mix leiden e-mails vaak sneller tot irritatie dan verwacht. En het gaat dan van kwaad tot erger. E-mail-irritatie verdiept zich tot een serieus conflict. Hoe komt dat?

1. E-mails zijn soms laf. Het komt voor dat je iemand iets moet zeggen of wilt vragen of opdragen dat niet leuk, aardig of prettig is. In plaats van naar de persoon toe te gaan, kun je even opbellen. Maar telefoneren is nog steeds heel direct. Dan gaat die ander dingen terug zeggen. Als je een e-mail stuurt dan kan de persoon in kwestie niet direct antwoorden. Het is een adequate manier om de confrontatie te vermijden. Frustraties of boosheid uiten via de mail is een zwaktebod. Delegeren via de e-mail zit ook in deze categorie.

2. Te kort door de bocht schrijven. Een e-mail is geen formele brief. Tegelijk is een e-mail ook weer niet zo kort als een sms-je. E-mail leent zich er prima voor om in min of meer spreektaal iets klip en klaar op te schrijven. De risico’s zijn: te duidelijk of onzorgvuldige formuleringen.  Spreektaal zonder klank of gelaatsuitdrukking erbij is moeilijker te interpreteren. Het is ook logisch dat de emoticons uit de wereld van instant en short messaging  soms ook in e-mails gebruikt worden.

3. Slecht lezen. E-mails worden vaak snel en oppervlakkig gelezen. Tussen de bedrijven door gescand. Vaak multi-taskend, maar de eerste indruk is dan al gesettled. Zeker als er iets negatief geinterpreteerd kan worden. ‘Verkeerd begrepen’ ligt op de loer. Zorgvuldiger tweede lezing helpt niet meer echt. Dit risico is flink vergroot door het lezen van e-mails vanaf de kleine schermpjes van pda’s.

4. Te snel antwoorden. De verleiding is groot om op een e-mail direct te antwoorden met een e-mail. Veel mensen willen hun in-box leeg houden. De Send-knop is dichtbij. Er kan gemakkelijk een irritatie-versnelling ontstaan. Dit risico is kleiner geworden door het lezen van e-mails vanaf pda’s. De pda nodigt niet uit tot het schrijven van e-mails. Degenen die dat wel doen, antwoorden in sms-stijl en dat kan beide kanten op: variërend van ‘laten we het er snel even over hebben’ tot ‘ik begrijp niet hoe je hierbij komt’.

5. Te traag of niet antwoorden. E-mail verzenders verwachten eigenlijk dezelfde dag antwoord. De volgende dag kan nog net. Als dat uitblijft, en er is al enige irritatie, dan groeit die. Multi-mail-ontvangers en pda-e-mail-lezers antwoorden vaak helemaal niet. Dat is heel irritant en leidt niet tot een telefoontje, of even langs lopen, maar tot een nog iets geirriteerdere reminder-mail. Soms al na een dag.

6. Te uitgebreid antwoorden. E-mail communicatie is niet geschikt voor interactie met veel overwegingen en argumenten. Eenzijdig een wat uitgebreidere mail sturen om bijvoorbeeld een standpunt helder te maken kan nog. Maar er op reageren via de e-mail met een antwoord op al die punten , werkt niet.

7. Oneigenlijke kopie-ontvangers. Leidinggevenden ontvangen regelmatig cc’s van e-mail tussen, van of aan ondergeschikten, waarbij de cc eigenlijk bedoeld is om de baas te attenderen op een narigheid. Dat leidt gemakkelijk tot meer narigheid. Mails kunnen ook, zonder medeweten van de verzender, doorgestuurd worden naar onbedoelde ontvangers. Met onbedoelde effecten.

Als de e-mail irritatie eenmaal op gang is, dan valt het niet mee om weer on speaking terms te komen: elkaar vis-a-vis te spreken of te bellen. Er ontstaat een moeilijk te doorbreken wapenstilte. Het probleem in kwestie lost zich vaak (vanzelf) op, maar de irritatie blijft.

Dus, bij gevoelige en/of  negatieve berichten: gebruik e-mail niet om de directe confrontatie te vermijden en bij uitgebreide berichten: antwoord niet inhoudelijk per mail.  Hou het simpel en kies voor een medium met direct tweerichtingsverkeer: even bellen, zodat de ander je kan horen, of nog beter skypen, zodat je elkaar kunt zien, of nog, nog beter even langsgaan, kopje koffie, rustig uitleggen aan elkaar hoe en waarom je er in zit, zoals je er in zit. Ook ik zal mijn leven beteren.

EGD: Eigen Gezondheid Dossier

Vorige week was ik in het ziekenhuis voor een röntgenonderzoek. Nadat de verpleegster mij geruststellend had toegesproken en uitleg had gegeven over de procedure, kwam de radioloog binnen. Vriendelijk, tikje nonchalant, maar toch wel deskundig. Vanuit allerlei hoeken en in meerdere standjes zijn de opnamen gemaakt. Geen bijzonderheden te zien, zo luidde het voorlopige oordeel. Prettig. Bedankt.

Toen ik weer aangekleed buiten stond wist ik niet meer hoe de radioloog heette. Stom. Hij heeft zich keurig aan mij voorgesteld, maar helaas. Een paar weken geleden wist mijn echtgenote de naam van haar specialist ook al niet meer (ik was dus een gewaarschuwd mens!). Zij wist gelukkig wel nog hoe het onderzoek heette dat ze ondergaan had. Maar in de samenvatting van de bevindingen van de dienstdoende specialist ontbrak 1 moeilijk woord, waar ze niet meer op kon komen. Thuisgekomen hebben we nog een tijdje gegoogled, zonder resultaat. Het is er niet meer van gekomen om de huisarts er over te bellen. Zo’n specialist bel je natuurlijk niet. Alles was in orde, meldde de assistente van de huisarts een week later telefonisch, terwijl mijn vrouw in de supermarkt stond. Ok.

Mijn radioloog was het overigens helemaal met mij eens, dat na ieder onderzoek in het ziekenhuis de dienstdoende specialist op een half A4-tje aan de patiënt zou moeten e-mailen of meegeven: wat er onderzocht is, wat de bevindingen zijn, plus de namen van arts en verpleegkundige. Zo’n verslagje kan ik dan opnemen in Google Health. Daar noteer ik ook altijd welke medicijnen ik voorgeschreven krijg. En hoeveel ik er daadwerkelijk gebruikt heb. Bij wijze van spreken, dan…..

Google Health is namelijk helemaal niet zo handig, erg Amerikaans. En Larry Page, gaat als nieuwe Google CEO, Google Health waarschijnlijk niet vervolmaken. Te ver van de basis. (Dat sounds like simple en dus verstandig.) Geheel tegen de Google-traditie in, was Google Health van begin af aan voorzien van een verdienmodel. De applicatie is opgezet in samenwerking met leveranciers uit de gezondheidsindustrie, die zouden gaan betalen voor geaggregeerde informatie vanuit Google Health. Daar is natuurlijk al heel veel discussie over geweest. Zoveel, dat Larry er dus nu de stekker uit gaat trekken.

Hoe nu verder? Ik wil geen Electronisch Patiënten Dossier, maar mijn Eigen Gezondheid Dossier! Met waarnemingen, diagnoses, verrichtingen en medicatie in gewone-mensen-taal en voorzien van standaard coderingen zodat artsen onderling het ook begrijpen. Maar nee, we gaan ziekenhuizen en andere zorgverleners dit nu regionaal laten aanpakken. Dat doet denken aan 418 gemeenten en 12 provincies ………

Heel dom door-vragen

Ik heb het nogal eens over domme vragen en er gaat dan geen halve minuut voorbij of iemand zegt ‘Domme vragen bestaan niet’. Maar hoe komt het dan dat ik ze zo weinig hoor? Hooguit tijdens de lunch wil er nog wel eens iemand een poging wagen. Maar in een stuurgroep-veragdering of in een directie-overleg?

Ik noem er een paar: Wat is dat cloud computing nou eigenlijk? Hoe is onze website beveiligd? Wat betekent die afkorting ERP? Waarom kan ik in Nederland nog niet met mijn telefoon betalen? Een Document Management System, hebben wij dat wel nodig? Wat zijn apps eigenlijk, is dat hetzelfde als widgets? Van die dingen. Simpel, de meeste mensen weten het natuurlijk wel, maar ….

Ik ben ook een groot voorstander van het herhalen van domme vragen. Gewoon de volgende dag nog een keer doen. Het helpt enorm als binnen organisaties rondom fundamentele thema’s en begrippen een gedeelde interpretatie ontstaat. En dat vereist repetitie.

Dom door-vragen gebeurt ook weinig. Ik bedoel daarmee dat een expert op een domme vraag een kort en bondig (het zou duidelijk moeten zijn) antwoord geeft, en dat iemand dan gewoon zegt: “Ok…., en kun je eeh, dat nog iets verder……. wat doen wij daar eigenlijk mee?” En dan eventueel 5 minuten later nog een keer.

De echte durfal beheerst het dom door-bijten: “Is het misschien een idee om daar korte notitie van 1 of 2 A4-tjes over te schrijven, zodat we allemaal helder hebben en houden hoe het zit?”

Heel dom door-vragen leidt tot gezamenlijke uitgangspunten. En die zijn goud waard.

Raad van State en Standaardisatie

Interessante afweging van voor- en nadelen van software standaardisatie bij de overheid. De Raad van State is weer teruggevallen op hun oude vertrouwde personeel- en salarisadministratiepakket Allshare. P-Direkt, de gemeenschappelijke dienst bij het Rijk voor de personeel- en slarisadministratie, voldeed niet voor de Raad van State, omdat aldus een woordvoerder: ‘de medewerkers behoren niet tot de typische ambtenaren die je op de ministeries tegenkomt en hebben een andere bijzondere rechtspositie.’ De Raad van State was overigens al in het jaarverslag van 2007 kritisch over P-Direkt. Het is dus de vraag of het hier gaat om een inhoudelijke afweging van voor- en nadelen of om een meer principiële grondhouding. Ik heb de Grondwet er even op nagekeken, maar de artikelen 73 tot en met 75 (over de Raad van State) lijken geen aanleiding te geven tot afwijking van standaardisatie .

Bron: Computable 1 feb 2011

Zangeres Joss Stone over auteursrecht

Simpel: Sim-Only

Simpel is een telecom-aanbieder met alleen sim-only telefonie. Dat business model had ik een tijdje geleden ook bedacht, ….. maar bestaat natuurlijk allang. De abonnementen-rijstebrij van veel telecom-aanbieders is als een doolhof zonder midden. Uiteindelijk beslist de consument vaak met een ‘op hoop van zegen’ gevoel.

Simpel is een slim concept. Mooie eenvoudige website. Sterke pay off: ‘Nederland houdt van Simpel’. Mooi logo. De keuzemogelijkheden zijn beperkt en helder gepresenteerd. De belangrijkste vereenvoudiging zit in het weglaten van de combi abo-apparaat. Het is die combinatie die de tarieven van de grote mobiele telefonie-aanbieders ondoorzichtig maakt. Bij Simpel neem je een abonnement en de telefoon koop je gewoon bij online-aanbieders als bijvoorbeeld PDAshop of GSMweb.

Simpel is een MVNO, een  Mobile Virtual Network Operator.  Deze virtuele telecomproviders maken gebruik van het netwerk van KPN, Vodafone of van T-Mobile, de drie GSM-operators in Nederland. Simpel maakt gebruik van het netwerk van KPN. De meeste MVNO’s bieden overigens de gebruikelijke combinatie van abonnement en telefoon aan. Er zijn er heel veel: van Telfort, Hi en Ben tot en met RaboMobiel, AldiTalk, AjaxMobile en HyvesMobile.

Frugal?

Fragile, fridge, frazzle, froogle, nee….Frugal, een soort lean and mean consuminderen. Wikipedia zegt: ‘Frugality is the practice of acquiring goods and services in a restrained manner, and resourcefully using already owned economic goods and services, to achieve a longer term goal.’ Dat klinkt allemaal wel erg sober, terwijl frugal ook staat voor genieten van wat je hebt.

Timbuktu Chronicles (!) schrijft vandaag over het belang van frugal engineering: ‘The central tenet behind every frugal engineering decision is maximizing value to the customer while minimizing nonessential costs. The term frugal engineering was coined in 2006 by Renault Chief Executive Carlos Ghosn to describe the competency of Indian engineers in developing products like Tata Motors’ Nano, the pint-sized, low-cost automobile.’

The Economist heeft het over frugal innovation en frugal begint ook binnen ICT te landen: frugal software development, datacenter frugality en weblogs als fr.ugal.it en frugalinfotech.

Page optimized by WP Minify WordPress Plugin